Slachtoffer van kindermisbruik: ‘Was zo bang dat ze me niet zouden geloven’ Fenna van Loenhout Nieuwsredacteur 22 aug 2026 om 15:00 3 reacties Delen In elke…
Slachtoffer van kindermisbruik: ‘Was zo bang dat ze me niet zouden geloven’
Fenna van Loenhout
Nieuwsredacteur
22 aug 2026 om 15:00
3 reacties
Delen
In elke basisschoolklas zitten gemiddeld twee kinderen die seksueel worden misbruikt. Die ervaring draag je een leven lang mee, weet ook Daphne van der Staak (27). Zij is van haar zesde tot haar achtste misbruikt door een familielid. “Heb vaak gehoopt dat iemand zou binnenlopen.”
Let op: dit artikel gaat over seksueel geweld en kan als schokkend worden ervaren.
In het gezin met vier kinderen, van wie Daphne de jongste is, is iedereen welkom. “Er hing een gezellige sfeer en alles was bespreekbaar”, herinnert Daphne zich. Haar gezin viert verjaardagen en feestdagen met de rest van de grote familie. Volwassenen zitten in de woonkamer, de kinderen spelen boven of buiten.
Op haar zesde is Daphne weer op een ogenschijnlijk normale verjaardag. Maar dan neemt een mannelijk familielid haar apart. Als ze samen alleen zijn, moet Daphne van het familielid allerlei dingen bij hem doen. “Ik weet dat ik dat heel gek vond”, vertelt ze. “Ik begreep niet wat er gebeurde. Ik weet alleen dat ik het niet wilde.”
Na het misbruik is ze erg van slag. Daphne laat in het midden wie het familielid is, maar maakt duidelijk dat het geen gezinslid of grootouder is.
‘Hoe minder ik me verzette, hoe sneller het voorbij was’
In de jaren erna ziet Daphne op tegen familiegelegenheden. Keer op keer zorgt het familielid ervoor dat hij haar kan misbruiken.
“Ik probeerde me te verzetten, maar kon niks.” Huilen en weerstand bieden haalt niets uit. Het gebeurt onder dwang. Steeds vaker checkt ze tijdens het misbruik uit. Na verloop van tijd geeft ze zich er vaker aan over. "Want hoe minder ik me verzette, hoe sneller het voorbij was.”
Niemand in de familie heeft het door. “Ik focuste vaak op de deur, in de hoop dat iemand zou binnenkomen.” Maar dat gebeurt niet. Na elke keer zoekt Daphne prikkels op om het misbruik snel te vergeten. “Dan kwam ik terug in de woonkamer en ging ik uitbundig dansen voor de familie - achteraf gezien een schreeuw om hulp.”
Daphne van der Staak in haar kinderjaren.
Beeld: Daphne van der Staak
Niet meer meespelen
Hoewel er thuis een open sfeer hangt, voelt Daphne dat dit te groot is om aan haar ouders te vertellen. “Ik was zo bang dat ze me niet zouden geloven.”
Op haar achtste besluit ze op verjaardagen in de buurt van haar ouders te blijven. Dan stopt het misbruik. Wel ziet ze hem nog altijd als de familie samenkomt. Haar angstgevoelens stopt ze weg.
‘Zag hem op school, terwijl hij daar niet was’
Ze weet wanneer ze de pleger weer tegenkomt en kan zich erop voorbereiden. Maar op haar dertiende veranderen de omstandigheden en ziet ze hem vaak onverwachts.
“Daardoor kreeg ik veel herbelevingen van het misbruik.” Ook ervaart Daphne dissociatie. “Dan sta je even helemaal buiten jezelf. Je bent er, maar je bent er niet”, vertelt ze. "Ik zag hem op school lopen, terwijl hij daar niet was. Ze krijgt nachtmerries en nachtelijke epileptische aanvallen. Een neuroloog schrijft anti-epileptica voor.
In de eerste klas ziet Daphnes mentor dat het slechter gaat. Tijdens een gesprek breekt Daphne en vertelt ze hem alles. “Ik zei dat hij het niet aan mijn ouders mocht vertellen.” De mentor kalmeert haar en belooft haar ouders niet te bellen. “Als het jouw tijd is en je dat wil, vertellen we het”, zegt hij. “Heel bijzonder, hij heeft mij toen heel goed geholpen.”
Onverwachte reactie van ouders
Na enkele maanden is ze klaar om het haar ouders te vertellen. De mentor vraagt haar ouders naar school te komen, waar Daphne huilend over het misbruik vertelt.
Haar ouders schrikken erg, maar zeggen meteen: “Daphne, we gaan je helpen en zorgen dat jij de juiste hulp krijgt.” Ze is opgelucht: “Er was geen seconde twijfel of ze me wel geloofden.”
Daphnes ouders vertellen het later alleen aan haar zus en broers. “Ik wilde het zo klein mogelijk houden. Ik ging een hele roedel van hulpverlening in en wilde niet ook de hele familie over me heen krijgen.”
In het belang van Daphne voert het gezin bij familiegelegenheden een toneelstukje op. “Zij dachten: als Daphne het al die jaren kon, kunnen wij het ook.”
Familieleden die het verhaal later horen, reageren verschillend. Mensen waar ze niets van verwacht, zijn er onvoorwaardelijk. Anderen gaan de gebeurtenis uit de weg. “Dat heeft veel pijn gedaan. Nu besef ik dat zij de impact waarschijnlijk nooit zullen begrijpen.”
‘Hij hoopte dat ik het was vergeten’
Op haar veertiende is ze klaar om het familielid met zijn daden te confronteren. De pleger bekent meteen. “Dat had ik totaal niet verwacht.” Hij zegt niet te weten wat hem in die tijd bezielde. “Hij hoopte dat ik het was vergeten.”
Hij vraagt meteen wat zij wil: naar de politie gaan of het aan de rest van de familie vertellen? “Dat heb ik weleens overwogen, maar ik win er niks mee. Bovendien trek ik dan een beerput open, ook binnen de familie. Dat was het mij toen niet waard.” Daphne wil vooral erkenning en herstellen van het trauma. Ze spreken af dat Daphne met de pleger kan praten als ze daar behoefte aan heeft.
Het familielid zegt dat Daphne zijn enige slachtoffer is. “Ik geloof dat hij daarin oprecht is.” Als ooit blijkt dat hij hier niet eerlijk over is, stapt Daphne direct naar de politie. Jaren later gaat de pleger ook in gesprek met haar ouders.
De rest van haar gezin heeft zich lang schuldig gevoeld. “Omdat ze signalen hebben gemist, zoals de uitbundige dansjes en dat ik het erg vaak over hem had.” Maar Daphne neemt ze niets kwalijk.
Seksualiteit is lange tijd lastig
Met haar eerste vriendje krijgt Daphne te maken met intimiteit. “Maar iedere keer werd ik enorm getriggerd en raakte in paniek, hoe lief en geduldig de jongen ook was.”
Daphne bezoekt op aanraden van de huisarts een seksuoloog. Die zegt na een jaar dat ze is uitbehandeld en ermee moet leren leven dat liefde en intimiteit nooit fijn voor haar zullen zijn. “Dat vond ik enorm heftig.” Daarna vindt ze hulp bij een boeddhistisch psycholoog. Hij zorgt ervoor dat ze de regie over haar leven terugkrijgt.
‘Hij is degene die achterom moet kijken’
Inmiddels gaat het goed, vertelt ze met een glimlach. Het misbruik is op de achtergrond geraakt. Om “kleine Daphnes” te helpen, geeft ze voor stichting Wij zijn M voorlichting op scholen en houdt ze lezingen. “Ook heb ik weer vertrouwen in mannen. Ik kan ervaren hoe liefde echt kan zijn.”
Volgens Daphne heeft het familielid nu een zwaardere straf: “Hij is degene die altijd achterom moet kijken en misschien wel in een schijnwereld leeft. Niet ik.”
Ze hoopt dat lotgenoten hulp zoeken. “Het misbruik vergeet je nooit en er zullen triggers op je pad komen, maar je kunt leren hier mee om te gaan”, vertelt Daphne. “Er is echt licht aan het einde van de donkere tunnel, een paradijs.”
Heb jij behoefte om te praten over jouw ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag? Je kunt terecht bij Slachtofferhulp Nederland via 0900-01 01 of bij het Centrum Seksueel Geweld via 0800-01 88 of de chat.